
Tijdens het schrijven van De Amuletten van Combourg merk ik steeds weer dat één ding terugkomt: gevoeligheid.
Niet als iets zwaars. Niet als probleem. Maar als beginpunt.
In mijn verhalen is er geen held met superkrachten. Marco kan geen bliksem oproepen. Hij kan niet vliegen. Hij is gewoon een jongen die merkt dat hij soms dingen aanvoelt voordat hij ze begrijpt.
Een stilte die niet stil maar vol voelt.
Een ruimte waarin de energie verandert.
Een gevoel dat niet van hem lijkt te zijn.
In het begin weet hij niet wat hij daarmee moet. Maar langzaam ontdekt hij dat dat geen zwakte is. Het is juist iets wat hem helpt om beter te kijken. Beter te luisteren.
En hij ontdekt nog iets.
De “slechterik” is niet altijd iemand die slecht wíl zijn. Soms is het iemand die denkt het juiste te doen, maar niet ziet wat de gevolgen zijn. Dat maakt het ingewikkelder. En echter.
Daarom is mijn verhaal geen simpel goed-tegen-slecht verhaal.
In veel avonturen draait kracht om winnen. Om sneller of sterker zijn dan de ander. In mijn serie begint kracht bij waarnemen. Bij voelen. Bij even stilstaan.
Wat als je iets voelt voordat je het begrijpt?
Wat als dat gevoel je iets probeert te vertellen?
Die gedachte komt voort uit mijn eigen jeugd. Ik pikte vaak meer op dan ik kon uitleggen. Pas later ontdekte ik dat dat geen last hoefde te zijn, maar een manier van kijken naar de wereld.
In mijn boeken leg ik dat niet uit als theorie. Ik laat het gebeuren. De personages ontdekken het zelf. En misschien herken jij daar iets van.
Gevoeligheid hoeft geen zwakte te zijn.
Het kan juist het begin zijn van inzicht.